Op donderdag 18 augustus bestond de mogelijkheid om op een andere roeivereniging een z.g. midweektoertocht te varen. Vier verenigingen hadden hun deuren opengesteld t.w. ARC in Assen, De Eem in Baarn, De Drie Provincieen in Cuyck (NBr) aan de Maas en KGR De Hunze in Groningen. Deelname is beperkt en De Eem was al snel vol, alzo leek De Hunze een geschikt alternatief. Deze vereniging, die thans 125 jaar bestaat, ontleent zijn naam aan een riviertje dat ontspringt op de Hondsrug en langs de oude stad Groningen overgaat in het Reitdiep en tenslotte via Zoutkamp in zee uitmondt. In het bondsblad 'Roeien' van augustus is n.a.v. het 25e lustrum een artikel over deze roeiclub gewijd, waaruit blijkt, dat vrouwen al sinds de jaren '20 van de afgelopen eeuw een belangrijke rol hebben gespeeld op de Hunze. Dat was ook het geval met de deelnemers aan de midweektocht over het Reitdiep, want van de ong. 25 roeiers was ik de enige man in het gezelschap. De roeisters kwamen van Aengwirden (Heerenveen), Viking (Utrecht), De Laak (Den Haag), Vada (Wageningen) en nog een aantal Hunzeleden en zelfs een ploeg uit Roosendaal (NBr). De meesten waren al wat ouder, maar nog zeer vitaal en met veel roei-ervaring. We roeiden in twee C-vieren en enige werries, waaronder een oude, houten zeer goed onderhouden boot met de naam 'Dollard'.
We vertrokken omstreeks half elf van de Praediniussingel, waar het clubhuis is gelegen nabij de Museumbrug en kwamen via de Zuiderhaven op het Reitdiep. Ook hier stadsuitbreidingen en oude boerderijen, die niet meer in gebruik zijn. Ongeveer halverwege de tocht gingen we door de Dorkwerdersluis met een verval van ruim anderhalve meter. Het was niet zo heel druk en de sluiskolk bood ruimte genoeg voor alle roeiboten en enkele plezierjachten. Zo lagen we allen in het gelid aan de stuurboordzijde langs de muur en toen de jachten naar binnen voeren klonk het commando: "Willen die kano's naast elkaar voorin de sluis plaatsnemen!" We probeerden de sluiswachter duidelijk te maken, dat dit vanwege de riggers en de riemen toch lastig was en dat de jachten met hun stootkussens langszij dit gemakkelijker moesten kunnen en waar ook ruimte genoeg voor was. Na enige discussie bleven we gewoon liggen en zo zakten we een flink eind naar beneden. Direct na de sluis moesten we het Van Starkenborghkanaal oversteken en dat betekende drommels goed uitkijken, want dit kanaal is een druk bevaren water met grote vrachtschepen, die in lege toestand soms snelheden kunnen bereiken, die weinig onder lijken te doen voor die van de Connexxionboten op het Noordzeekanaal. Maar nu was het rustig op het kanaal en konden we veilig oversteken. Ons einddoel was het fraaie, oude terpdorp Garnwerd.
Ooit was het Reitdiep een geheel open zeearm en konden bij stormvloed uitgestrekte gebieden onder water lopen, vandaar dat de oorspronkelijke bewoners hier op terpen moesten wonen. Nog steeds liggen er veel van die typische terpdorpen in Groningen en vooral langs het Reitdiep e.o. Namen met wierde of werd duiden op terp, zoals het al genoemde Garnwerd en Dorkwerd nabij de sluis, Feerwerd enz. Denk ook aan Bolsward en Leeuwarden en Warffum, welke naam is ontleend aan het Nederduitse werkwoord werfen, dat (op)werpen = terpen bouwen betekent. Ook op 'ons' voormalige eiland Marken heten de terpen werven, zoals wijlen Jan de Jongh ooit in zijn boek 'Verbindingspaden door het veen' schreef. En het belgische Antwerpen is gebouwd langs een Aanwerp tegen het water van de Schelde. Maar terug naar Groningen. Het Reitdiep is zo rond 1870 bij Zoutkamp afgedamd. Voor die tijd liepen de zeegetijden door tot in de stad Groningen. Het verval was enkele meters en door de sterke stroming, die het getij veroorzaakte was (en is) dit water erg bochtig. De oorspronkelijke loop ten oosten van Garnwerd was een wirwar van meanders (zie een goed gedetailleerde kaart of Google Earth) en een crime voor de zeilschippers. Daarom werd er ter hoogte van dit dorp een recht stuk kanaal gegraven en omdat ook dit nog open zee was, werd ook dit stuk water bedijkt. Ten behoeve van het verkeer moesten er plaatselijk openingen in de dijken worden gemaakt. Deze z.g. coupures waren voorzien van gemetselde muren met gleuven, waarin men tijdens springtij vloedplanken of schotbalken kon schuiven en de boel zo kon afsluiten. Bij Garnwerd is dit nog intact, compleet met het karakteristieke, lage houten keetje op de dijk, waarin die planken waren opgeborgen.
Garnwerd is een oud terpdorp, dat nog nagenoeg in originele staat verkeert. 's-Zomers en in de weekeinden is het er druk, nogal toeristisch, maar de bijbehorende voorzieningen, zoals een camping en café-restaurant heeft men buiten de oude dorpskern gehouden; er is ook nog een oud karakteristiek restaurant in oude stijl met uitzicht over de dijken. En de kerk staat midden op de terp en heeft een zadeldaktoren, zoals in de noordelijke provincies nog vaak het geval is. En ook de molen ontbreekt niet.
Jammer genoeg ontbrak de tijd om nog even verderop de oude, gerestaureerde spuisluis te Aduarderzijl aan het Aduarderdiep te bekijken. Wel passeerden we halverwege Garnwerd en de schutsluis nog een oude, nog in goede staat verkerende keersluis, de Wetsingersluis, die normaal open staat, maar die bij hoge vloeden kon worden afgesloten, als het water de stad Groningen bedreigde. Tot slot nog iets over de begroeiing langs het water: deze komt zowaar overeen met die langs de ringvaart, want we zagen o.a. kattestaart, koninginnekruid, harig wilgeroosje, moerasandoorn en ook de hoge moerasmelkdistel, die duidt op licht zoute grond en de zee-invloed van zo'n 150 jaar geleden nog laat zien. Kortom, een zeer geslaagde en interessante tocht en zo dachten de deelnemers van elders er ook over. Zo was de lange reis naar het hoge noorden best de moeite waard.
Dirk Molenaar